Gedicht van Ilja Leonard Pfeijffer

In de dienst van 27 augustus jl. las Jaap Marinus dit gedicht voor; een (enigszins bewerkt) gedicht van Ilja Leonard Pfeijffer, dat enige tijd geleden in het NRC verscheen.

En nu de wereld bijna alles verloren heeft,
kun je zeggen dat je net nog bent geboren
in die inmiddels onvoorstelbaar lieve tijd
waarin een feit onwelkom zijn kon, maar een feit
geacht werd, mooie woorden mooie woorden waren,
die hooguit leidden tot cosmetische gebaren,
maar niemand durfde om het zich te permitteren
het vals gezicht van mooie woorden af te keren,
en toen het ook al slecht ging met zo ongeveer
de hele boel, maar jij nog dacht dat het een keer
een beetje beter gaan zou, want dat moest toch wel.
Laat alle hoop maar varen, staat er bij de hel.

De woedende gezichten hebben wraak genomen
op onze aarzelend geconstrueerde dromen.
Onwetendheid heeft onze twijfels stuk getrapt.
De mondigheid heeft in zijn eigen staart gehapt
en inspraak is verwaterd tot allolalie.
Je wankele principes stop ik in een doos.
Het altruïsme waarvoor jij halfhartig koos,
verberg ik in de kelder bij je strijkkwartetten.

En jouw geloof in luisteren zal ik daar zetten
waar niemand het kan vinden. Kleed je warm, mijn vriend.
De winter komt, al heb je winter niet verdiend.
Wees stil, denk niet te veel of juist heel erg aan toen
en vraag me alsjeblieft niet wat we kunnen doen.
Zoals gefluister schor geschreeuw kan overstemmen,
zoals verheven taal een vrije val kan remmen,
zoals omarmend rijm een oorlog kan voorkomen,
zoals destructie afgewend wordt door te dromen,
zo schrijf ik als verzetsdaad dit gedicht voor jou
en droom ik van een tijd waarin dat helpen zou.

 

Er zijn nog geen reacties.

Geef een reactie

*