Orgel

Het orgel in de Parkstraatkerk is gebouwd door
J. de Koff in 1926.

 

 

 

 

 

 

 


Verslag groot onderhoud 2014, door organist Wim Roelfsema:

Over bijenwas en hertenleer

Op vrijdag 3 oktober verhuizen Roelof Cramer en ik zijn kistorgel van de Waalse Kerk naar de Parkstraatkerk. Het is het enige kistorgel dat de firma Reil uit Heerde bouwde (1970). De komende weken zal ik hierop de Parkstraatgemeente begeleiden. Ik heb het achterin de kerk geplaatst – de meeste orgels staan achterin (Vox Populi tegen­over Vox Dei vanaf de kansel). Zo hebben de mensen de (orgel)wind ook eens in de rug… Het onderhoud aan het grote orgel (De Koff, 1926) kan beginnen. Spannend!

Week I (6-10 oktober) worden bijna alle pijpen van de windlades gehaald en per register gegroepeerd op het orgelbalkon gelegd/gezet. Zo gezien lijkt het wel een groep panfluiten, daar komt het orgel oorspronkelijk ook vandaan. Naast medewerker Jan Roeleveld van orgelbouwer Flentrop helpen ook Pieter van Hoorn, Emmy Schwartz en ik. De pijpen worden van binnen met diverse maten pijpenragers schoongemaakt en uitgezogen, van buiten met een vochtige doek afgenomen. De orgelkas wordt van buiten en van binnen gestofzuigd (ook het plafond) en afgenomen met een vochtige doek. Ditzelfde gebeurt met de windlades die nu goed te bereiken zijn. Veertig jaar stof is niet niks. Bij het schoonmaken twee curieuze zaken aangetroffen. Ten eerste een volledig uitgedroogde sigarenpeuk die bovenop een van de grootste houten pijpen lag… Hoe lang? Veertig jaar? Sinds 1926? Jan Roeleveld vertelde dat hij eens een dode duif onderin een grote pijp had gevonden, de lucht was niet te harden geweest. Ten tweede een stuk krant dat tussen pijp en orgelkas was geplaatst om resonantie te voorkomen, het betrof het blad Kerk en Wereld, nummer 11 van vrijdag 31 mei 1968. Frappant citaat uit dat (Pinkster)nummer:

“Muziek is als wind en als vuur. Soms teer, soms woest, soms ongemerkt, soms onweerstaan­baar. Geestelijk leven heeft ook die eigenschappen. (…) De muziek van de geest. Daarom kijken wij omhoog, naar die wonderbaarlijke orgelfronten, die een fantastisch geheel van pijpen, bochten, verbindingen verbergen, waarvandaan een wereld van tere en verdovende klanken ons overweldigt. Woorden kunnen niet alles. Zeker niet met Pinksteren. Gelukkig, dat wij ook nog orgels hebben. En organisten. Al vergeten wij die wel eens. Tot onze schade. Zoals wij zo dikwijls te klein denken; over de Geest bijvoorbeeld. (Ds. A. Faber)”
 

Week II (13-17 oktober) wordt het grootste deel van de pijpen teruggeplaatst op de windlades, de speeltafel inclusief het voetklavier schoongemaakt, enkele delen van het orgel behandeld tegen houtworm en het belangrijkste: ongeveer 900 membranen worden verwijderd. Membranen zijn leren zakjes die onder iedere pijp zitten, wanneer een toets wordt ingedrukt stroomt er wind door een loden buisje naar zo’n membraan, deze bolt op en duwt een piston omhoog die verbonden is aan een kegel, waardoor de wind vrij de orgelpijp in kan stromen. Dit is een van de kwetsbaarste onderdelen van het orgel. De membranen zijn van hertenleer (ook wel spaltleer genoemd) en na 40 jaar behoorlijk uitgedroogd met het gevaar op scheuren. Wanneer een zo’n zakje scheurt volgen er al snel meer en kan de orgelbouwer iedere week op de stoep staan. Mede daarom is gekozen ze allemaal in een keer te vervangen.

Week III (20-24 oktober) staat bijna geheel in het teken van nieuwe membranen op de membraanlatten plakken, een intensief karwei. De losstaande luiken van de orgelkas plus de orgelbank worden schoongemaakt.

Week IV (27-31 oktober) worden de membraanlatten met daarop de nieuwe membranen weer geplaatst. De speeltafel, lessenaar, voetklavier en orgelbank worden in de (bijen)was gezet.

Week V (3-7 november) worden de laatste membranen geplakt, de snelheid van de aanspraak van de pijpen wordt afgeregeld en het grootste gedeelte van de pijpen wordt gestemd, met behulp van Emmy Schwartz en ondergetekende.

Week VI (10-14 november) is Jan Roeleveld afwezig i.v.m. een andere klus. Op maandag 17 november wordt de rest van het orgel gestemd en zal het op zondag 23 november weer volledig en als herboren bespeelbaar zijn.
Ik ben bijna elke dag wel een paar uur aanwezig geweest, om te kijken en ook om te helpen. Wat mij trof was de uiterste zorgvuldigheid en de vakbekwaamheid waar­mee het onderhoud is uitgevoerd door Jan Roeleveld. En wat een materialenkennis! Ik heb er veel van opgestoken en weet nu nog beter wat voor instrument ik bespeel. Je maakt het niet elke dag mee dat een orgel zo ontmanteld en weer opgekalefaterd wordt. Gezellig was het ook: tijdens schoonmaak­werkzaamheden bijvoor­beeld stond radio 4 aan: raden welke muziek er voorbijkwam.
Jan vertelde dat er zich de komende tijd best nog een kleine hapering voor kan doen, het instrument moet zich weer even ‘zetten’. Hij stuurt mij een lijst met dingen die ik eventueel zelf zal kunnen verhelpen.

Het spelen op het kistorgel tijdens de diensten is mij (en ook anderen hoorde ik) goed bevallen. Er is meer betrokkenheid bij wat er gaande is en het directe contact met de voorganger is ook prettig.

Er bestaat een kans dat het kistorgel permanent in de Parkstraat blijft staan; mocht dat zo zijn is het misschien een idee om een zondag per maand de dienst op het kistorgel te begeleiden. Maar het accent blijft wat mij betreft toch op het grote orgel liggen: het draagt beter bij het begeleiden en het heeft meer mogelijkheden. Het kan er in ieder geval de komende veertig jaar weer tegen. De Parkstraat heeft er goed aan gedaan te investeren in dit unieke, want nog helemaal in oorspronkelijke staat verkerende instrument!

Wim Roelfsema

N.B. Dit verslag telt evenveel woorden als er pijpen in het orgel staan: 924…