Blog: Nabijheid in tijden van corona (51)

Woensdag 13 mei

Waar velen vol spanning naar uitzagen: het vervolg van het voetbalfeuilleton van Ruud Schwartz!

Ds. Marieke Fernhout

*****

Voetbal (2)

Zoals gezegd, het is augustus 1962, mijn eerste training en mijn eerste wedstrijd. Maar bij welke club?

In mijn geboortedorp Velp waren vijf voetbalverenigingen. Geheel en al ingedeeld naar de toen geldende verzuilingsstructuur en de daaraan verbonden sociaal-maatschappelijke kwalificaties.
Sportclub Velp waren de ‘katholieken’. De ‘christelijken’ zaten op DVOV (Door Vrienden Opgericht Velp). Dat was voetballen op zaterdag.
Er waren drie ‘algemene’ voetbalclubs. Velpse Boys, een arbeidersclub, een club voor ‘het gewone volk’, in de Del speelde Gelria, een ‘nette arbeidersclub’. En tot slot VV & AC Olympia, in de volksmond VVO. (Velpse Voetbalvereniging & Atletiek Club Olympia).

Mijn vader als voorzitter van de plaatselijke afdeling van Volksonderwijs (‘Onverveerd naar de Openbare school’), moest niks hebben van het bijzonder onderwijs en dus ook niet van katholiek en christelijk voetballen. Sportclub Velp en DVOV exit. En arbeiders waren mijn ouders ook niet. Wel stond bij elke verkiezing bij ons een bord in de voortuin met ‘Stem Drees, lijst 2’…
Maar géén Velpse Boys en géén Gelria! Mijn ouders waren er snel uit. Er was maar één optie: de ‘Velpse Voetbalvereniging & Atletiek Club Olympia’.

VVO. Uit 1901. Een tijd waarin sport beoefend werd door de elite. Opgericht door een aantal jongens die in Velp op de kostschool Allan verbleven, in Arnhem de HBS bezochten en wier ouders in ‘ons Indië’ woonden, waarbij hun vader werkzaam was in het bestuursapparaat van de kolonie.
De jonge club, ondersteund door de baron van Pallandt, de kasteelheer van Rozendaal. Deze stelde een stuk weiland ter beschikking om op te spelen. Ook zijn zoon ging voetballen bij VVO.

Als een soort natuurlijke tegenprestatie, was het een uitgemaakte zaak dat de clubkleuren van het voetbaltenue geel-zwart werden. Geel-zwart, de dominante kleuren in het familiewapen van Van Pallandt.

VVO, een club van (gegoede) middenstanders, aan het roer mensen die ‘in de maatschappij wat bereikt hebben’, door de tegenstander een ‘wittenboordenclub’ genoemd. Zo’n club dus.

Als hun jongste zoon dan toch ‘op voetballen’ moest, dan was dit voor mijn ouders een vereniging die, gezien haar historie en ‘de mensen die er nu rond liepen’, de minste kans bood op verruwing en verfoeilijk taalgebruik. En zo geschiedde.

Ik realiseer me, dat aan het eind van deze bijdrage het nog steeds augustus 1962 is en mijn eerste training en eerste wedstrijd nog moeten komen. Het schiet niet op. Volgende keer dan maar.

Ruud Schwartz

 

Er zijn nog geen reacties.

Geef een reactie

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.