Blog: Nabijheid in tijden van corona (55)

Maandag 18 mei

Vandaag vertelt Rick Wansink over het huidige bestaan van achter een computerscherm…

Ds. Marieke Fernhout

*****

Ik trein al zo’n 25 jaar dagelijks op en neer naar het Radboudumc, om daar onderzoek te doen en onderwijs te geven. Op vrijdag 13 maart 2020 werd alles opeens anders. Het leek alsof de tijd werd stilgezet. Iedereen werd naar huis gestuurd, onderzoekers, docenten en studenten. De focus van het umc kwam volledig te liggen op de klinische taken en iedereen die niet in de zorg werkte – waaronder ik dus – was alleen maar een mogelijke bron van besmetting en daardoor niet meer welkom. Vanaf dat moment werk ik vanuit (t)huis. Boven, op mijn werkkamer, altijd in de nabijheid van mijn gezin. Week 10 nu.

Skype, Skype for Business, Zoom, Hangouts, Teams, Virtual Classroom en de nieuwste – waarmee ik nog niet gewerkt heb – Jitsi. Die zou niet te hacken zijn, zeggen ze… Velen van u zullen één of meer van deze video-bel-programma’s kennen, maar voor anderen klinken ze mogelijk als exotische oorden of spannende cocktails. Nou, voor mij zijn deze computerprogramma’s sinds negen weken de dagelijkse realiteit. Soms wel vijf sessies op een dag. Zij vormen het medium waarmee ik contact houd met mijn collega’s en studenten, op de afdeling, nationaal en internationaal.

Het is nabijheid met een schermpje ertussen. Beter dan helemaal geen contact of alleen een stem aan de telefoon, maar het blijft behelpen. Ik heb zo al heel wat keukens, werk- en studeerkamers van binnen kunnen bewonderen. Soms loopt er een huisgenoot achter door het beeld, klimt een kind over het toetsenbord vragend om aandacht van papa of mama, of wordt een gesprek onmogelijk gemaakt door een waterkoker of het slaan van een klok bij één van de gesprekspartners. Ik weet nu dat twaalf slagen héél lang kunnen duren.

Skypen of zoomen – ik ga er vanuit dat deze werkwoorden snel zullen worden opgenomen in de Dikke Van Dale – blijkt heel vermoeiend. Turen naar dat schermpje, soms met twee gesprekspartners, soms met twaalf. Alle personen zijn in hun eigen vierkantje in beeld, als was het een bewakingscircuit van een gevangenis. Slechts één iemand voert het woord, anders wordt het een kakofonie. De anderen luisteren, maar zijn daarnaast passief. Nee, liever niet even wegkijken, want iedereen ziet wat je doet! Nee, niet gapen, wees niet zo onbeleefd, aandacht erbij houden! Even overleggen of een ervaring delen met iemand die naast je zit, zoals tijdens een reguliere vergadering, kan niet. Je mist een groot deel van de lichaamstaal. Veel subtiliteiten in spraak en intonatie, in het gedrag als totaal, zijn afwezig. Miscommunicatie en misverstanden liggen op de loer.

Maar videobellen biedt ook mogelijkheden (een positieve levensinstelling is een zegen ‘tijdens corona’): ‘Sinds corona’ borrelen we iedere zaterdagmiddag als de vijf in de klok zit met mijn schoonfamilie. Alle familieleden bellen in, ieder vanuit zijn thuis. Zoon Stijn tegenwoordig vanuit Utrecht. We drinken een glaasje wijn. Iedereen zorgt voor een hapje erbij. En zo nemen we de week door. Wat heeft iedereen meegemaakt? Nog iets positiefs te melden? Naar buiten geweest, of toch maar niet? Wat vinden we van de (inter)nationale maatregelen? En, heel belangrijk, hoe denken we dat de coronacrisis zich zal ontwikkelen? Durven we al een paar weken vooruit te kijken? De zomervakantie? Hoe ziet ons leven er over een jaar uit? Ik heb mijn schoonfamilie nog nooit zoveel gesproken en je merkt dat iedereen het contact als heel waardevol beschouwd. Heel bijzonder.

Hoe was het gegaan als de informatietechnologie videobellen niet mogelijk had gemaakt, zeg 20-25 jaar geleden? Ik vermoed dat de economische schade dan helemaal niet te overzien was geweest. Tot mijn eigen verbazing is mijn productiviteit namelijk redelijk op niveau gebleven. Ik kan bijna alles vanachter mijn computer. Dat is overigens een heel ander verhaal voor mijn medewerkers die geen experimenten in het laboratorium mogen uitvoeren, en voor mijn studenten die geen stage kunnen lopen. Als videobellen niet had bestaan, hoe zouden we dan contact hebben gehouden met de familie en met vrienden? Wellicht hadden we ons erbij neergelegd, en vaker gewoon gebeld, ons nog niet bewust van de mogelijkheid om elkaar ook te zien. Wat je niet weet of kent, mis je ook niet?

Hoe zullen we leven en werken ‘na corona’? Ik ben bang dat het ‘nieuwe normaal’ nog wel even zal duren namelijk. Zal het ‘nieuwe normaal’ tegen die tijd normaal zijn geworden, zeg maar een ‘gewoon normaal’? Zullen we elkaar dan nog steeds zo vaak via een schermpje ontmoeten? Zullen we daardoor minder fysiek gaan reizen (denk aan congressen, familiebezoek, etc.) en daardoor minder energie gebruiken, minder luchtvervuiling produceren en meer tijd overhouden? Iedereen is tegen die tijd immers zeer bedreven in skypen en zoomen. Zal het online kerkbezoek dan ook nog (relatief) zo hoog zijn? Of willen we elkaar toch liever in levenden lijve ontmoeten, zonder schermpje ertussen? Elkaar goed in de ogen kijken zonder haperende internetverbinding, emoties goed kunnen inschatten, een arm om elkaar heen slaan, lekker samen uit volle borst zingen?

Rick Wansink

P.S. Om een idee te krijgen hoe een reguliere bijeenkomst of vergadering eruit zou zien zoals het toegaat tijdens videobellen, kijk eens naar de hilarische filmpjes van tRIPP and tYLER.

Er zijn nog geen reacties.

Geef een reactie

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.