Blog: Nabijheid in tijden van corona (56)

Dinsdag 19 mei

Vandaag weer het vervolg van het voetbalfeuilleton van Ruud Schwartz!

Ds. Marieke Fernhout

*****

Voetbal (3)

En dan wordt het toch augustus 1962. Voor de eerste training van het nieuwe seizoen kwam de jeugdleider van het team waarin ik geplaatst was, op huisbezoek. Kennismaken. Mijnheer Bosveld. Een jongmens van midden twintig. ’Keurige man’ vonden mijn ouders. Ik vond hem vooral aardig.

Dat eerste jaar was de start van mijn leerschool voor het leven, een leerschool met voor mij nog onbekende opvattingen, benoemde en onbenoemde regels, van taalgebruik, van gedrag in relatie met gezag (’heb ik mooi schijt aan’). Inderdaad, een andere wereld. En ik vond het fantastisch.
Het was genieten geblazen. De verhalen van de jongens hadden voor mij een hoog ‘rode-oortjes-gehalte’.
Met het voetballen ging het intussen ook crescendo. Na twee wedstrijden werd ik in het hoogste zaterdagjeugdelftal opgesteld. Mijn vader was (stiekem) trots en mijn vaste supporter geworden. Elke zaterdagmiddag langs de lijn. Zelfs mijn moeder kwam een keer kijken. Het is bij die ene keer gebleven, maar toch! Ik heb tot mijn 33e jaar in het 1e elftal gespeeld en Pa is er al die jaren bij geweest. Alle thuis- en uitwedstrijden.
Nog even mijnheer Bosveld, we mochten ‘Eppie’ zeggen (ik ging er maar vanuit dat dat zijn voornaam was). ‘Eppie’, wel een beetje bijzondere naam, maar ja, iedereen noemde hem ‘Eppie’, dus ik ook.
‘Eppie’ is nu ruimschoots in de tachtig. Ik heb hem wel eens aangegeven hoe belangrijk hij voor mij in die eerste periode is geweest. Een beetje stil en verlegen jongetje, die nogal beschermd was opgevoed en nu in een andere wereld gezet was. Eppie had dat door. Wanneer ik dat aangaf, voelde hij zich altijd, ook nu nog, een beetje ongemakkelijk.

Voetbal, als leerschool van mijn leven, liet mij aan de lijve ondervinden wat teamsport betekende, waar samenwerking, medeverantwoordelijkheid belangrijk is. Het leren verbijten van teleurstellingen, wanneer je in de laatste minuut toch nog de wedstrijd verloor, ook al was je de gehele tijd de bovenliggende partij geweest. Maar ook de beleving van de gezamenlijke euforie ondergaan wanneer het omgekeerde gebeurde.
De eerst schuchtere treden zetten op het pad van leiding geven aan, representant zijn van, als aanvoerder van je team. Overbruggen van verschillen bij conflicten, bemiddelen.
Allemaal kleine stapjes in je persoonlijke ontwikkeling. Allemaal stapjes die je in je leven moet maken. Dat stille en verlegen jongetje verdween zo langzamerhand, alhoewel ik nooit, ook nu niet, iemand geworden ben die op een feestavond de polonaise leidt.

‘Op-voetbal-gaan’ heeft mij wakker gemaakt. En dat moest ook wel als ik me in die bijdehante voetbalomgeving wilde handhaven. En op school ging het ook beter. Voor mijn ouders een mooie bijvangst.
Voetbal als ‘belangrijkste bijzaak in het leven’ kan ook in een andere fase van je leven nog een rol spelen. Mijn vader was 92 jaar toen hij in 1998 werd opgenomen in het Verpleeghuis Regina Pacis aan de Velperweg in Arnhem. Alzheimer. Ik woonde toen in de Achterhoek en kwam iedere zondagmiddag bij hem op bezoek. Een beetje babbelen en gewoontegetrouw allebei onze sigaar roken. (Dat kon toen nog, ook binnen). In het laatste jaar van zijn leven, 2001, was hij heel stil geworden. Hij sprak op de zondagmiddag nauwelijks. Mijn vader, geboren en getogen in Zutphen, was in zijn jonge jaren lid van Be Quick Zutphen, de plaatselijke voetbalclub. Bij mij in de boekenkast stond nog zijn fotoalbum uit die tijd. Met voetbalfoto’s. Elftalfoto’s en wedstrijdfoto’s.
Toen de verbale communicatie in dat laatste jaar niet meer aanwezig was, nam ik op de zondagmiddag dat fotoalbum mee. We keken samen naar de foto’s. Elftalfoto’s, die waren het meest overzichtelijk. En dan gebeurde er iets wonderbaarlijks. Die stille man keek naar een elftalfoto uit 1928 waar hijzelf natuurlijk ook op stond. En dan lichtten zijn ogen op en wees ze aan en zei: “Frits Broekaart, een snelle linksbuiten, Wout Vermeulen, een stugge rechtsback en dat was Lei Smolders, een prima keeper.” En er verscheen een glimlach op zijn gezicht. Het ontroerde mij.

Ruud Schwartz

Er zijn nog geen reacties.

Geef een reactie

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.