Meditatie december

Meditatie december

Lied van de herders
 
Opdat het volk met nog meer resultaat
zou worden onderdrukt en uitgezogen,
had Augustus, god van Rome,
huurling Israëls,
een volkstelling bevolen.
 
Iedereen zocht zijn geboortestad,
de rijke vrek, de arme Lazarus,
de vrouw die vloeide –
langs ontwrichte wegen, brodeloze steden
trokken hoer en tollenaar en schriftgeleerde
om te worden opgeschreven.
 
Woestijn door, bergen over,
ging Jozef die uit het geslacht van David was
naar Bethlehem, een stad in Juda, toe.
Zocht daar voor zijn vrouw
een hoekje in een herberg,
omdat zij haast bevallen moest.
 
Maar voor hen geen plaats, geen beker water,
nog geen steen.
Buiten de stadsmuren gedreven
was er blote hemel, nacht in overvloed
als voor alle armen. Daar gaf zij het leven
aan haar eerste – die zij Jezus noemde.
 
Herders, gevaarlijk slag mensen,
meestal oproerig, gevreesd,
waakten daar bij hun beesten.
Eén, dromend wakend, oud en wijs,
Mozes geheten,
zag die nacht een dorenstruik in lichterlaaie, hoorde
een stem, ‘Ik zal er zijn’,
en nog meer van die woorden.
 
Zijn vriend, Elia, droomde dat hij stond
op een hoge berg, toen ging hem God voorbij.
Stormwind, rotsen splijtend.
In de stormwind: niet Hij.
Na de storm: aardschokken, vuur.
In de schokken, in het vuur: niet Hij.

En een jongen, aan de rand van de
kudde gelegerd,
tussen de manke, verwilderde, zwarte,
hoorde een stem van suizende stilte en zag:
een lammetje tegen een wolf aangevlijd.
Toen werd het morgen. Nieuwe dag. Nieuwe tijd.
 
Huub Oosterhuis, bij Lucas 2: 8-16

 

U kunt alle meditaties van het afgelopen jaar terugvinden via deze link.

Er zijn nog geen reacties.

Geef een reactie

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.