Meditatie januari

Tijd
 
Tijd – het is vreemd, het is vreemd mooi ook
nooit te zullen weten wat het is
 
en toch, hoeveel van wat er in ons leeft is ouder
dan wij, hoeveel daarvan zal ons overleven
 
zoals een pasgeboren kind kijkt alsof het kijkt
naar iets in zichzelf, iets ziet daar
wat het meekreeg
 
zoals Rembrandt kijkt op de laatste portretten
van zichzelf alsof hij ziet waar hij heengaat
een verte voorbij onze ogen
 
het is vreemd maar ook vreemd mooi te bedenken
dat ooit niemand meer zal weten
dat we hebben geleefd
 
te bedenken hoe nu we leven, hoe hier
maar ook hoe niets ons leven zou zijn zonder
de echo’s van de onbekende diepten in ons hoofd
 
niet de tijd gaat voorbij, maar jij, en ik
buiten onze gedachten is geen tijd
 
we stonden deze zomer op de rand van een dal
om ons heen alleen wind

Rutger Kopland

Het einde van een oud jaar, het begin van een nieuw jaar, dat stemt altijd tot mijmeren. Over wat er allemaal is gebeurd in het afgelopen jaar, over de mensen die niet meer met ons meetrekken over de drempel van het nieuwe jaar, over wat de toekomst zal brengen…Maar wat de tijd is? Dichters kunnen schilderen met woorden en een gedicht als dat van Rutger Kopland doet dat met de mooie beelden van Rembrandt, en een pasgeboren kind.
De ‘kerkvader’ Augustinus zegt het zo in zijn ‘Belijdenissen’:

Wat is dus de tijd?
Wanneer maar niemand het me vraagt, weet ik het;
wil ik het echter uitleggen aan iemand die het vraagt, dan weet ik het niet.
Toch zeg ik zonder aarzelen dat ik dit weet:
als er niets voorbij zou gaan, dan zou er geen verleden tijd zijn.
Als er niets op komst zou zijn, zou er geen toekomstige tijd zijn.
En als er niets zou zijn, zou er geen tegenwoordige tijd zijn.
 
Maar die twee tijden, de verleden en de toekomstige tijd: hoe zijn ze dan eigenlijk,
als – enerzijds – die verleden tijd er niet meer is,
en – anderzijds – de toekomstige tijd er nog niet is?
En wat die tegenwoordige tijd betreft: als hij steeds tegenwoordig zou zijn
en niet tot het verleden over zou gaan, zou hij geen tijd meer zijn, maar eeuwigheid.
….
En toch spreken we over ‘lange tijd’ en ‘korte tijd’.
Wij gebruiken die uitdrukkingen overigens alleen over het verleden en de toekomst.
Honderd jaar geleden bijvoorbeeld noemen we ‘een lange tijd’ geleden,
óver honderd jaar eveneens een ‘lange tijd’, maar dan in de toekomst;
een ‘korte tijd’ geleden noemen we bijvoorbeeld tien dagen geleden,
een ‘korte tijd’ in de toekomst óver tien dagen.
Maar hoe is nu iets lang of kort wat niet is?
Want het verleden is niet meer, de toekomst nog niet…

Een heel aardse associaties bij deze laatste zin: in Drenthe (en in de Achterhoek) worden met Oud en Nieuw altijd wafeltjes gebakken, oftewel ‘rollegies’. Dat wil zeggen: vóór de jaarwisseling gebakken zijn ze uitgerold, plat, omdat het oude jaar zich heeft ontrold. Ná nieuwjaar zijn ze opgerold, want we weten immers nog niet wat het nieuwe jaar zal brengen… mooie én lekkere symboliek!
En een meer spirituele associatie bij die laatste zin van Augustinus: het verleden is niet meer, de toekomst nog niet… we leven nu, in het nu. Voor sommigen bijna niet te doen, als het ‘nu’ veel pijn en verdriet geeft. En voor anderen is het ‘nu’ niet meer bereikbaar, omdat ze steeds meer in het verleden gaan leven. ‘Nu’ krijgt dan een bijna wrange bijklank.
Maar toch is ‘nu’ het enige dat we ‘hebben’, het enige dat ‘is’. In het ‘nu’ is het dat wij leven, dat wij elkaar ontmoeten, ons met elkaar verbinden. Mijn wens voor dit nieuwe jaar is dat er veel ‘nu’s’ zijn voor u, elkaar, ons allemaal.

Ds. Marieke Fernhout

 

U kunt alle meditaties van het afgelopen jaar terugvinden via deze link.

Er zijn nog geen reacties.

Geef een reactie

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.